Wordt lid!
Nieuws

Verdwijnziekte

Verdwijnziekte

Bijenspecialist Frans Jacobs: ‘Verbod op pesticiden zal het bijenprobleem niet oplossen’ 

Binnen de EU woedt een hevig debat over het al dan niet verbieden van neonicotinoïden, pesticiden die schadelijk kunnen zijn voor bijen. Maar volgens Frans Jacobs, professor dierenfysiologie op rust aan de UGent, imker sinds zijn prille jeugd en bijenspecialist, zijn er andere en belangrijkere oorzaken van de bijensterfte en zal een dergelijk verbod de problemen van de bijen niet oplossen.

Professor Frans Jacobs.

Imkers stellen al jaren vast dat steeds meer bijen de winter niet overleven en dat de bijen na de winter verdwenen zijn. Hoe komt dat volgens u?

Frans Jacobs: Eerst en vooral: de zogenaamde verdwijnziekte gaat eigenlijk gewoon over het doodgaan van bijen. Een zieke bij gaat uit zichzelf naar buiten om te sterven en bijen die toch in de kast sterven worden door de overlevende bijen naar buiten gedragen.

De oorzaak van de verhoogde sterfte ligt in een combinatie van factoren. In volgorde van belangrijkheid zijn dat: de varroamijt, een afname van de biodiversiteit in onze omgeving, secundaire infecties en ten slotte de pesticiden.

De varroamijt is een parasiet die de bijenvolken verzwakt en sinds midden jaren tachtig in België aanwezig is. De daling van de biodiversiteit leidt tot te weinig voedsel voor de bijen. De secundaire infecties treden op bij verzwakte bijen. Deze kan je vergelijken met een aids-patiënt die door de verzwakking van zijn afweersysteem bijvoorbeeld een simpele schimmelinfectie niet meer te boven komt.

Daarbij komen dan op de vierde plaats nog de pesticiden. Tien jaar geleden deed ik al onderzoek naar neonicotinoïden en ik stelde vast dat de waarden die de pesticideproducenten opgaven correct waren. Probleem is dat enkel het effect op gezonde volken wordt getest, terwijl het effect op verzwakte volkeren eigenlijk meer relevant is vandaag. Toegelaten concentraties van pesticiden worden berekend op basis van het effect op gezonde volken, maar verzwakte bijen gaan al ten onder bij lagere concentraties en lage concentraties zullen de bijen niet doden, maar wel verzwakken.

Als er andere en belangrijkere oorzaken zijn voor de bijensterfte, waarom draait de discussie dan voornamelijk om pesticiden?

Frans Jacobs: Er is eigenlijk nog een vijfde factor in het spel. Traditionele imkers zijn ‘groen’ en gebruiken zo weinig mogelijk medicatie voor hun bijen in de bestrijding van de varroa. Als ze dan toch medicatie gebruiken, worden die niet in de juiste dosering of op het juiste moment ingezet. Waardoor ze soms meer kwaad dan goed doen.

De moeilijkheid is dat een besmetting met varroa door de imker niet altijd als zodanig wordt geïdentificeerd. En plots verdwijnt dan een bijenvolk. De imker ziet zo eerder de oorzaak van buitenaf komen. Pesticiden zijn dan de schuldigen. En dat is vandaag nu de mode, de trend. En voor een stuk hebben de imkers gelijk, want de testmethoden voor de pesticiden zouden moeten aangescherpt worden. Maar pesticiden zijn zeker niet de hoofdoorzaak van de bijensterfte. Wanneer varroa onder controle is en de bijen zich in een voedselrijk gebied bevinden, is er niets aan de hand.

Dus de slogan ‘Red de bijen en verbied de neonicotinoïden’ is te simpel?

Frans Jacobs: Dat is inderdaad te simpel. Alles reduceren tot een slogan, om zo te laten ondertekenen door duizenden mensen, dat is onnozel in mijn ogen. Een verbod op neonicotinoïden zal het bijenprobleem niet oplossen.

Als ecoloog zie ik ook liever al die producten niet in de omgeving terecht komen. Maar anderzijds is het gebruik van pesticiden in bijvoorbeeld de fruitteelt economisch helemaal te verantwoorden. Als maatschappij moet je een afweging maken: wat is onze fruitteelt waard tegenover wat is onze natuur waard? Als wetenschapper doe ik daar geen uitspraken over.

Het grootste nadeel van de neonicotinoïden is dat ze lang in het milieu aanwezig blijven. Misschien zou daar nog iets meer veiligheid moeten worden ingebouwd.

Het grote probleem is dus de varroamijt.

Frans Jacobs: De varroamijt is afkomstig uit Java, Indonesië. De Nederlanders brachten de Europese bij naar het eiland en van daaruit zijn de westerse bijen, met de varroamijt, zich in Azië gaan verspreiden. In 1960 is er de eerste publicatie over mijten in China. In de jaren zeventig volgden dan Rusland en Duitsland en dan halverwege de jaren tachtig ook België. Engeland is een tijdlang gespaard gebleven, maar nu zitten ze eigenlijk overal in de wereld.

Het probleem met de varroa is dat ze snel evolueert: op een jaar tijd kent de mijt meerdere generaties. Terwijl een zelfde bijenkoningin gemiddeld twee tot drie jaar in een kast blijft. Als een bij al een verdedigingsmechanisme ontwikkelt tegen de mijten, dan zullen de mijten daar al snel een antwoord op vinden. De mijten worden ook snel resistent tegen bestrijdingsmiddelen.

Imkers kunnen wel technieken gebruiken om hun kasten zo mijtenvrij mogelijk te houden, maar die technieken impliceren meer werk en minder honingproductie. Als alle imkers die technieken zouden toepassen, dan zou de varroamijt sterk kunnen worden teruggedrongen. Maar de mijt helemaal kwijt geraken, dat zal niet meer lukken.

In de film More than honey, die midden maart in de Belgische zalen komt,mo  wordt gesuggereerd dat agressieve bijensoorten, zoals de beruchte killerbees uit Amerika hier een oplossing kunnen bieden.

Frans Jacobs: Elders in de wereld zijn er inderdaad meer agressieve bijenrassen die actief de varroamijten opsporen en verwijderen. Maar dat gedrag zit niet meer in onze zachtaardige bijen. We zouden dus eigenlijk moeten gaan kweken naar meer agressieve rassen. Dat is de enige manier om de bijen niet resistent maar wel tolerant te maken tegen de varroa.

Wat moet er gedaan worden om de teruggang van de biodiversiteit te stoppen?

Frans Jacobs: Het is duidelijk dat dit vooral de landbouw aangaat. Ons voorstel, dat we ook al op politiek vlak hebben voorgelegd, is om een bepaald aandeel van de landbouwgrond in te zaaien met bloemen. Het zou kunnen gaan om stroken aan de randen van percelen, maar het zou ook kunnen gaan om volledige percelen, waardoor per regio een percentage bloemenweide kan gehaald worden. De boeren zouden hiervoor dan vergoed worden. Een dergelijk systeem heeft bestaan, maar werd afgebouwd.

Dit zou niet alleen de bijen ten goede komen. Deze met bloemen ingezaaide oppervlakten vormen ook natuurcorridors, die de biodiversiteit in Vlaanderen sterk zouden kunnen verhogen. Maar hier komen we ook in conflict met de conservatieve ecologen, die enkel inheemse bloeiende planten willen. Terwijl wij zaadmengsels aanbieden die zorgen voor bloei van mei tot oktober, maar niet noodzakelijk met planten die oorspronkelijk van hier zijn.

Met bijen zitten we op het snijvlak van landbouw en natuur. We proberen van beide walletjes te eten, maar het is een moeilijk evenwicht. Als we in Vlaanderen alle bijen zouden verliezen, dan zouden alle landbouwbedrijven op een jaar tijd in de rode cijfers zitten en failliet gaan. Je kan bijvoorbeeld in een natuurgebied niet plots honderd bijenkasten zetten. Want dan krijg je concurrentie met andere soorten. Ook iets waar imkers niet altijd bij stilstaan.

Dosering in een regio is ook belangrijk. Er worden meer bijen gehouden per imker, er moet voor worden gewaakt dat de draagkracht van een streek niet wordt overschreden. Ik zie dat ook in mijn straat: wanneer een paar imkers op een kleine oppervlakte telkens hun aantal volken verhogen, zal je zien dat de honingproductie sterk terugloopt.

Landbouw is voor een groot deel Europese bevoegdheid. 

Frans Jacobs: Inzaaien van landbouwgrond met bloemenzaad moet inderdaad op Europees vlak geregeld worden. Maar ook andere bestuursniveau’s kunnen acties ondernemen. In Frankrijk, bijvoorbeeld, worden bermen van autowegen nu beplant met bijvriendelijke struiksoorten in plaats van met gras. Op alle bestuursniveau’s in Frankrijk is het groenbeheer bijenvriendelijk gemaakt.

We hebben voor Vlaanderen ook een bijenplantengids gemaakt. Die ligt nu op alle gemeentehuizen. Maar of de gemeenten er iets mee doen, is een andere zaak. We sporen de imkers aan om in hun gemeente de bevoegde politici aan te porren. Zo kan bijvoorbeeld een berkenlaan veranderd worden in een lindenlaan, die veel meer bijenvoedsel levert.

Bijen in de stad maken de laatste jaren ook opgang. Gelooft u daarin? 

Frans Jacobs: In rurale gebieden wordt er tot negentig procent maïs geteeld en door de gebruikte herbiciden komt er praktisch geen onkruid, voedsel voor de bijen, meer voor op de akkers. Maïs heeft stuifmeel van lage kwaliteit en bloeit maar voor een korte periode. Dat is voor de bijen een valkuil: de koningin legt wel veel eieren, maar op termijn is er te weinig eten.

Hier in de zuidelijke rand van Gent zitten we in een bijzonder groen urbaan gebied (op de campus De Sterre van de UGent, nvdr). Hier gaat het bijen houden enorm goed. En dat komt omdat er in de stad heel veel soorten planten groeien, die zorgen dat er continu voedsel is voor de bijen: wilde kastanje, acacia, linde, perkplanten, … Altijd staat er wel iets in bloei. En dat is iets dat je op het platteland niet hebt.

In de fruitstreek is het tot eind april, begin mei voor de bijen een prachtige periode. Wanneer de fruitbloei ten einde is, gaan de bijen bijna dood van de honger.

Maar ook in de stad geldt de wet van draagkracht. Als elke Gentenaar een bijenkast gaat zetten, dan zal het niet werken. Maar als er op de Vooruit een paar kasten staan, dan werkt dat prima. Er is nog potentieel dat niet benut is.

Het feit dat we zachte bijen hebben, maakt dat we hier bijna met vliegen bezig zijn en dat er dus geen overlast is voor de buren. En dan kan je gerust een bijenkast naast een terras hebben staan en kan je buur ook eens komen kijken of je bijen goed vliegen.

Naast de honingbij zijn er ook nog andere soorten bijen. Hoe vergaat het hen? 

Frans Jacobs: Wilde bijen hebben gelijkaardige problemen. Er zijn 350 wilde bijensoorten in ons land, maar enkele komen bijna niet meer voor. Precieze cijfers ontbreken, maar dat ook de wilde bijen achteruitgaan is duidelijk.

In More than honey zit een scène waarin fruitbomen in het zuiden van China door mensen manueel worden bevrucht omdat bijen in die streek verdwenen zijn.

Frans Jacobs: Bevruchting van gewassen vertegenwoordigt 99 % van de economische waarde van bijen. De honingproductie vertegenwoordigt de andere 1 procent, maar is dus eigenlijk veel minder belangrijk. De stijging in productie door goede bevruchting, dat is wat de bijen zo belangrijk maakt.

In de fruitteelt werden vroeger heel veel pesticiden gebruikt, waardoor in dergelijke streken maar heel weinig bestuivende insecten meer voorkwamen. Tijdens de bloei werd dan het sproeien even opgeschort en werden de bijen van uit andere streken ingevoerd. Dan krijg je natuurlijk wel een schone bestuiving. De bij als hulpmiddel bij de bestuiving is onvervangbaar.

Ziet u de toekomst van de bijen positief tegemoet?

Frans Jacobs: Het is duidelijk dat de bijencrisis moet vermeden worden in het belang van de landbouw en de economie. Stel dat we hier in Vlaanderen bijvoorbeeld alle bijen zouden verliezen, dan zouden alle landbouwbedrijven op een jaar tijd in de rode cijfers zitten en failliet gaan. Dat is een sterke uitspraak, maar het is zo.

Naast de honingbij zijn er andere soorten die dit voor een stuk zouden kunnen opvangen, zoals de wilde bijen. Maar stel dat de wereld insectenloos zou worden, dan zou de mens na een jaar of vier in heel grote problemen komen, dat is duidelijk.

Behoort een verdere evolutie van de bijencrisis tot een dergelijk bijenloos scenario tot de mogelijkheden?

Frans Jacobs: Nee, ik denk van niet. We hebben in Vlaanderen 5.000 imkers en ongeveer 50.000 bijenvolken. De imkers hebben al veel bijen verloren, maar met nieuwe technieken kan de bijenstand zeker in stand worden gehouden, ook al is er dan minder honingwinning.

De imkercursussen en -initiaties die overal in Vlaanderen worden georganiseerd, zijn ook altijd snel volzet. En dat zijn voor het grootste deel nieuwe imkers, die nog geen bijen hebben. Er is veel interesse, want het is een leuke hobby. Het is iets dat je steekt, letterlijk en figuurlijk. En je kan het op je eigen manier doen, met weinig ingrepen of net heel gespecialiseerd.

Maar als de situatie op wereldschaal niet goed in de gaten wordt gehouden en als er niet de nodige steun wordt gegeven aan het doorgeven van de juiste technieken en beheersmaatregelen, dan zou het wel bergaf kunnen gaan. Imkers gebruiken nog steeds niet graag chemische producten en zouden graag naar een nulgebruik gaan voor pesticiden in de bijenkas. Zo was het honderd jaar geleden. Maar intussen is de omgeving, en dan voornamelijk het landbouwmilieu, te hard veranderd. Nulgebruik is niet meer mogelijk.

bron: MO.be

Tagged: